Onderwijsloket ‘Primair voor Jou’ is een initiatief van de schoolbesturen in de Onderwijsregio Rond Bommel en Dommel

Wat mij het meeste drijft, is kinderen een veilige haven bieden

Margot Toebes, startende leerkracht basisschool Hertogin Johanna V

Hoe was jouw weg naar leraar basisonderwijs?

Halverwege het tweede jaar van de Pabo ben ik overgestapt naar de deeltijd Pabo en ging ik aan de slag als onderwijsassistent. Zo kon ik mijn eigen salaris verdienen en zelfstandig gaan wonen. Ik vond het tijd om mijn eigen weg te gaan en had behoefte aan wat meer stabiliteit. Het was fijn om op deze school te blijven werken, omdat ik hier het team al eerder had ondersteund, onder andere bij de kleuters. Ik kende de collega’s, de ouders en de kinderen al. Nu sta ik fulltime voor groep 4. En dankzij de ervaring als onderwijsassistent, wat ik 2 jaar heb gedaan, kan ik nu ook gemakkelijk groepjes kinderen apart begeleiden. Ik heb ervaren dat het heel belangrijk is dat kinderen een veilige haven nodig hebben om te leren. Zelfs heb ik groep 5 twee keer gedaan. Niet omdat ik het niet kon, maar omdat ik te weinig rust in mijn hoofd had en vooral stabiliteit miste.

Kun je iets vertellen over je jeugd?

Door de scheiding van mijn ouders zijn we meerdere keren verhuisd en heb ik op vier basisscholen gezeten. Voor mij was die tijd niet gemakkelijk. Ik voelde me niet echt gezien. En tegelijk heeft het me wel geleerd om juist in mijn werk als leraar oog te hebben voor kinderen die aandacht nodig hebben. Ik kan me goed inleven in situaties waarin kinderen te maken hebben met vergelijkbare ervaringen als ik zelf had. Mijn minor over gedrag heeft ook veel inzichten gegeven, niet alleen voor het uitoefenen van mijn vak, maar het heeft me ook geholpen om mezelf beter te leren kennen. Ik weet nu beter wat bij mij hoort en wat bij een ander. Wat je meekrijgt van thuis, bepaalt in grote mate wat je van nature kunt of juist niet. Ik had zelf een heel leuke juf in de onderbouw, juf Marijke. Die was voor mij zo inspirerend dat ik al heel jong wist dat ik dat ook wilde worden.

Hoe geef jij kinderen vertrouwen?

In mijn klas probeer ik de unieke talenten van elk kind te herkennen en te ontwikkelen. Ik geloof dat leren begint bij gezien worden – en dat vertrouwen de basis is voor groei. Daarom creëer ik een omgeving waarin kinderen durven proberen, fouten mogen maken en hun eigen weg mogen zoeken. Wel binnen duidelijk kaders, want die structuur hebben kinderen echt nodig. Op school hebben we een redelijk traditionele aanpak als het gaat om het onderwijs, maar we proberen wel regelmatig thematisch en projectmatig te werken met onderwerpen die dicht bij de belevingswereld van kinderen liggen. Door keuzevakken en jaarlijkse uitjes op het gebied van kunst en cultuur of door met techniek proeven aan de slag te gaan. Zo wordt leren tastbaar, betekenisvol en plezierig.

Wat heb je aan kwaliteiten nodig in jouw werk?

Na de Pabo dacht ik dat het allemaal wel wist, maar de praktijk is echt een stuk anders. Het vraagt om improviseren, inspelen op veranderende omstandigheden. Je moet vaak super flexibel zijn, zeker als er om 8.30 uur een huilend kind in de gang staat. En dan zijn er natuurlijk de ouders die allerlei verwachtingen hebben en met wie je een band op moet bouwen. Het is belangrijk dat er vertrouwen aan twee kanten is. Ook de administratie, de rapporten en de overleggen horen bij het werk. Ik leer zelf ook nog elke dag. Zeker op het gebied van gedragsdynamiek en klassenmanagement blijf ik mezelf ontwikkelen. Ik ontdek bijvoorbeeld steeds beter hoe ik structuur kan bieden én tegelijkertijd autonomie geef. Die balans vinden blijft soms een uitdaging, maar juist in dat spanningsveld ontstaan de mooiste leermomenten – voor mij én voor de kinderen.

Wat wil je kinderen meegeven?

Ik wil de kinderen bepaalde dingen aanleren in de omgang met elkaar, routines zeg maar. Het is belangrijk dat kinderen sociale vaardigheden opdoen en leren samenwerken. Ze moeten bijvoorbeeld leren op hun beurt te wachten. Thuis zijn ze misschien met twee of drie kinderen of alleen. Op school zijn ze met 22 klasgenoten en dan kunnen ze echt niet de hele tijd mijn aandacht vragen. Ook het leren plannen vind ik belangrijk. We hebben een planbord in de klas hangen. In twee weken moeten ze vijf taken af hebben. Het maakt niet uit waar ze mee beginnen, als ze aan het eind van de periode maar alles gedaan hebben. De soort taken worden natuurlijk wel afgestemd op de leeftijd van de kinderen.

Waar word je blij van?

Wat me elke dag weer voldoening geeft, zijn die kleine, grote momenten. Wanneer een kind zegt: “Juf, ik dacht eerst dat ik dit niet kon, maar nu lukt het wel.” Als een stille leerling zijn verhaal durft te delen voor de klas. Als een ruzie wordt opgelost met woorden in plaats van boosheid. Of als een kind dat zich lang buitengesloten voelde, ineens wordt uitgenodigd om mee te doen. Dat zijn de momenten waarop ik voel: hier doe ik het voor. In elke schooldag zit een kans om het verschil te maken – en dat maakt dit vak voor mij van onschatbare waarde. Het is ook mooi om elke keer te ervaren dat kinderen je eigen gevoel spiegelen. Als ik wat onrustig ben, zijn zij het ook. En als ik me gelukkig en energiek voel, dan merk ik aan de kinderen dat ze dat ook teruggeven.

Hoe ben jij begeleid door het team?

Als startende leerkracht word ik hier heel goed begeleid. Ik heb een starterscoach toegewezen gekregen en kan altijd met collega’s overleggen. Iedereen loopt bij elkaar binnen en je kunt elkaar altijd dingen vragen, ook aan de directrice en de Intern Begeleider. Er heerst op onze school ook een cultuur van samen leren. We delen lessen, kijken bij elkaar in de klas en bouwen samen aan een doorlopende leerlijn. Ook studiedagen, intervisies en trainingen maken deel uit van onze professionele ontwikkeling. Dat gezamenlijke leerproces geeft me veel energie en vertrouwen.

Hoe zie jij de toekomst?

Ik heb dit schooljaar een cursus gedaan over meer en hoogbegaafdheid. Toen heb ik ingezien dat er een groep kinderen in mijn klas is die ik eigenlijk te weinig aandacht geef. Maar elk kind heeft iets te leren op zijn eigen niveau. En ieder kind heeft een talent. Voor de toekomst zie ik voor mezelf kansen in het speciaal onderwijs. Ik wil mezelf uiteindelijk verdiepen in gedragsbegeleiding voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Dat lijkt me heel dankbaar om te doen. Want ieder kind verdient het om gezien te worden. Ook die kleine groepen in het speciaal onderwijs spreken me aan. Dan kun je kinderen meer afzonderlijke aandacht geven.

Margot Toebes

Wil je meer weten?

Stuur een berichtje naar: