Mijke Reeser, leerkracht groep 8 De Vijfhoeven Vlijmen
Ze was jarenlang een betrokken moeder, die actief was in de de oudervereniging van de school. Toen haar kinderen naar de middelbare school gingen, bleef ze verbonden aan de school als schoolassistent. Tijdens het begeleiden van een activiteit met kinderen van groep 7 viel het de intern begeleider op hoe moeiteloos Mijke met die groep omging, die niet tot de makkelijkste behoorde. Later die dag sprak de directeur haar aan: is de Pabo niks voor jou? Dat was het zetje waardoor alles op zijn plek viel. ‘Ik had dit 28 jaar eerder moeten’.
Talent voor onderwijs, bestaat dat?
Ik denk echt dat je een hele hoop theorie kunt leren op de Pabo over vakinhouden en didactiek. Maar het echte werk speelt zich af in de klas. Daar gaat het ook om aanvoelen en afstemmen, zien wat er achter gedrag zit en daarop aansluiten. Als je het mij vraagt, heb je in het onderwijs een X factor nodig. Werken met kinderen moet je automatisch kunnen doen. Het punt is dat je niet altijd kunt beredeneren wat je doet en dan komt het aan op intuïtie. Dat is volgens mij talent. Ik heb dat voor onderwijs, maar zet me niet in de zorg.
Hoe was je eigen jeugd?
Ik zat op een buurtschool in de Maaspoort. Het was een openbare school, heel klassikaal weet ik nog. Ook wel gezellig. Ik weet nog dat we met de bus naar de juffrouw van de eerste klas gingen die zwanger was. Waar ik op school moeite mee had, was het getut van de meiden. Als je het verkeerde T-shirt aan had of de verkeerde schoenen, dan viel je uit de toon. Ik was niet zo goed in redactiesommen, maar ik ben uiteindelijk naar een mavo/havo brugklas gegaan op het Jeroen Bosch College in Den Bosch. Mijn vader zei altijd: het maakt niet uit wat je doet, als je maar afmaakt waar je aan begint. Zorg dat je een diploma hebt. Nou, dat heb ik serieus genomen. Ik heb een diploma grafisch intermediair, filiaalbeheerder supermarkt, diploma Wet financieel Toezicht Rabobank, diploma middenmanagement en een diploma evenementen begeleiding. Mijn moeder zei vroeger vaker dat ik juf zou worden. Dat vond ik toen onwaarschijnlijk, maar kijk waar ik nu zit.
Hoe was je route naar lesbevoegdheid?
Ik had me impulsief ingeschreven voor de Pabo, de flexibele deeltijd opleiding, waarbij ik van tevoren nog drie toetsen moest doen en die ik zelf heb bekostigd. Dan loop je één dag per week stage bij een school die door Fontys wordt aanbevolen. Die opleiding was toen alleen nog maar in Eindhoven en Tilburg, dus ik ging naar Eindhoven. Qua reizen niet heel gunstig. Dan werkte ik op maandag, liep ik stage op dinsdag en ging ik ’s avonds naar de Pabo. Op donderdag en vrijdag werkte ik dan op De Vijfhoeven. Na een half jaar haalde ik mijn propedeuse en toen heeft de toenmalige directrice ervoor gezorgd dat ik als leerkracht ondersteuner aan de slag kon. Aanvankelijk vulde ik de Bapo uren van collega’s in. Dan stond ik één jaar op alle vrijdagen naast de juf van groep vier en dan deed ik in die klas mijn stage. Je moest in ieder geval bewijzen dat je iets in je mars had. De eerste twee jaar op de Pabo draait het vooral om basiskennis opbouwen, daarna vooral om wie je bent als leraar. Ik heb in die tijd heel veel reflectieverslagen geschreven. Teveel naar mijn zin. Maar uiteindelijk is het allemaal goedgekomen.
Wat wil je kinderen meegeven?
Het is de les die ik ook van huis uit heb meegekregen. Je maakt af waar je aan begint. Afspraak is afspraak en beloofd is beloofd. Maar ook dat je mag zijn wie je bent, dat je niet hoeft te voldoen aan een bepaald plaatje, maar je eigen tempo en kwaliteiten mag volgen. Ik geloof dat kinderen leren als ze zich veilig voelen, als ze weten dat ze fouten mogen maken. En leren hoeft niet altijd leuk te zijn. Soms moet je door de zure appel. Dat hoort bij het leven. Spelling is niet leuk, maar je hebt het gewoon te leren. Zet je er maar overheen. Ik ben niet van het ‘pamperen’. Ik ben duidelijk en consequent. Het is what you see is what you get. Ik zeg wat ik doe en ik doe wat ik zeg. Sommige kinderen hopen dat ze niet bij mij in de klas komen, maar als ze eenmaal gewend zijn, blijk ik best mee te vallen. Kinderen voelen zich snel op hun gemak bij mij.
Wat geeft je energie?
Ik vind de kinderen in groep 8 geweldig. Hoe ze als het ware tussen laken en servet staan, hoe ze kunnen worstelen met klein leed. Hoe ze oefenen met de lessen die ze later hard nodig hebben. Omgaan met ruimte en grenzen van henzelf en van de ander. Wat ik zelf als voorbeeld geef, is dat je best een keer boos mag worden. Dat je niet alles over je kant hoeft te laten gaan. Als je daarna maar in gesprek gaat. Rekenen, taal en spelling is belangrijk, maar dat kun je op elk school leren. Wij jij bent als leraar en wat je meegeeft aan levenslessen, dat is uiteindelijk hoe je het verschil maakt. En hoe leerlingen zich jou later zullen herinneren. Ik vind het mooi om bij te dragen aan weerbaarheid van kinderen, dat ze kunnen omgaan met onverwachte omstandigheden, want het leven is niet altijd rozengeur en maneschijn. Mijn motto is: vertrouw op jezelf en maak je eigen keuzes.
Als ik 24 gezichten s’middags goedendag zeg en het is me gelukt om in in ieder geval één kind op een bepaalde manier ‘aangezet’ te hebben, dan besef ik: hier doe ik het voor.
Wat wil je verder ontwikkelen?
Ik wil me graag verdiepen in ‘De zeven eigenschappen van leiderschap’ van Stephen Covey voor kinderen. Er is een speciale cursus voor het onderwijs gemaakt en daar zou ik graag met de leerlingen van groep 8 mee aan de slag willen gaan. Wat ik onder andere een belangrijke les hierin vind, is: zorg dat je eerst iets begrijpt voordat je zelf begrepen wilt worden. Eerst je richten op de ander en dan pas op jezelf. Dat is van toepassing voor ons allemaal. Ook als je je oriënteert op een nieuwe werkomgeving. Wat is er nodig? En ben ik daar dan op mijn plaats?
